Over

Tweelingbroers met Limburgse roots en Nijmegen als woonplek, muzikaal bijgestaan door een stel vrienden. Sprekende stemmen en gitaarpartijen die je raken. Melodische popsongs over vallen en opstaan, verliezen en winnen, geloven of toch niet, kortom: het grillige leven van alledag.

Met drie platen – de naamloze debuut-EP (2016), debuutalbum “Two & One” (2019) en de EP “HQ Live and Unplugged” (2020) – op zak speelden en self-releaseten Chris en Stijn Dols (1985) zichzelf in vier jaar tijd vanuit hun woonkamers naar optredens zoals dat op het Valkhof Festival, met enkele honderden toehoorders. Deze platen brachten inderdaad veel moois: op een haar na en dus nét niet in een uitverkocht Poppodium Doornroosje in het voorprogramma van het Belgische Novastar, maar wél andere concerten op inspirerende locaties, gloedvolle recensies, en achtergrondartikelen in zowel Gelderse als Limburgse media. Zo groeide het centrale bereik, van huis en straat naar de stad, de regio en nu dus twee provincies. In 2019 bombardeerde VPRO-poplatform 3voor12 de broers tot beloftevolle act. Begin 2020 sleepten ze een nominatie in de wacht voor Beste Nieuwkomer bij de 3voor12 Gelderland Awards. Op dat moment werd er al hard gewerkt aan de (pre)productie van de vierde plaat “Veurvaajers” wederom een langspeelalbum, dat begin 2022 verschijnt. In het voorjaar van 2021 kregen de broers er van Pop in Limburg/Provincie Limburg de Makersregeling voor.

Ultieme dromen? Chris: “In 2013/2014 waren we nog niet staat om fatsoenlijk een akkoord aan te slaan, laat staan zelf nummers te schrijven of een plaat op te nemen. We koersen bovendien niet op basis van een heilig masterplan en klampen ons evenmin vast aan torenhoog opgeschroefde ambities. Maar als we toch ooit zouden kunnen spelen op het magnifieke Pinkpop, waar we al sinds onze tienerjaren heen gaan. Dat zou ultiem zijn! In dit opzicht is het onwijs gaaf dat we in juli 2019 tijdens de Vierdaagse Feesten op het Valkhof Festival hebben gestaan tussen grote namen als de Ierse gitaarsensatie Fontaines D.C.”.